Die zaterdagmiddag werd een jongeling, terwyl hy op de Munt "The Daily Telegraph" stond te lezen, begroet door een twee anderen die, hoewel zy overwogen hadden om zich met "Le Figaro" te wapenen maar waar het niet van kwam omdat zy een man tegen het lyf liepen die het talent had ter plekke de oplossing van mat-in-twee-problemen aan te reiken, krantloos waren. Gedrieën zetten zy zich, na te koop aangeboden beeltenissen van copulerende varkens, vissen en baby's aanschouwd te hebben, op een terras neer. Dit omdat een terras voor de eerste de plaats was om elk nadenken te vermyden en voor de overige twee juist de plaats om dat wel te doen.
Na een inleidende deliberatie over de Chinezen, hun ballen en hun gezondheid, maar tegelyk ook over het verschil tussen pils, bier en glazen, gebeurde er wat zaterdagmiddags op terrassen onvermydelyk is; men roerde de, eventuele, zin van het leven aan. Eén hunner betoogde dat die zin er wel wis en zeker is, doch alleen op zaterdagmiddag. Dit maakte ogenblikkelyk visioenen van een eeuwige zaterdagmiddag los en leek naar een dood spoor te leiden zodat eerst tot een grondige herdefiniëring van het begrip "Leven" besloten werd. Geen van drieën was voor een kleintje vervaard en een werkhypothese lag al snel op tafel:"Het leven is rond en heeft een kleur die naar blauw neigt, maar toch eerder rose is." Eenieder van hun wist dat zo'n uitspraak, als goede whiskey, langzaam in moet werken, wat opgevangen werd middels een mymerend intermezzo.
Dit intermezzo nam eem aanvang met een vertelling over het opleiden van agenten op de Zeedyk, ging vervolgens over in het onderzoeken van passerende fietsers op hun aanwezige kennis van de verkeersborden en werd besloten met de vraag, waren zy de Drie Musketiers, wie dan wie zou zyn, hoewel het ontbreken van een vierde, opdat die de rol van d'Artagnan op zich zou kunnen nemen, gezamelyk betreurd werd.
Het werd weer tyd om zich op de echte materie te storten. Een lezing over ontmoetingen in treinen resulteerde in de conclusie dat de medemens, zo hy geen familielid is, een volslagen onbekende moet zyn, en dat moet blyven. Wegens algemene byval viel het besluit de werkhypothese, ongeacht het gegeven dat zy nog vry pril was, om te buigen tot:"Het leven is een aaneenschakeling van onmogelyke situaties." Natuurlyk had het drietal deel X van Jungs "Verzamelde Werken" niet weggeworpen, maar de inhoud ervan het tot zich genomen, waardoor zy zich ten volle bewust waren van de kneuterigheid van hun, zo juist gedane, uitspraak. Het was evenwel zaterdagmiddag en zy waren jong van lyf en leden, wat hun genoeg was om niet voor het nemen van risico's terug te schrikken.
Wat die risico's waren bleek al snel, op hetzelfde moment zelfs. "Kyk, je kunt dus tegen een muur aanlopen.", deelde een, net over de middelbare leeftyd zynde, man hun mee. Terwyl onze drie diepe denkers deze opmerking in enig verband trachtten te passen, of anders driftig zochten naar een komische riposte om de zaak te redden, had de man al tot een uitleg besloten. "Je blyft altyd leren in dit leven. Nu ben je jong, maar over tien jaar kan alles best anders zyn. je weet nooit wat er gaat gebeuren. Vroeger moesten wy tot ons vyfenzestigste jaar werken maar tegenwoordig ben je dat met zevenenvyftig al. Daarom moet je in dit leven altyd luisteren, en goed luisteren, naar iemand die ouder is, want daar kan je van leren." De oudste van de drie zag hier ruimte tot een schertsende tegenaanval in. "Jongens, ik ben ouder dan jullie, luister maar naar my." De man was niet voor enigerlei scherts in, wat voor de knapen niet als een verrassing kwam; zy hadden dondersgoed begrepen dat wat de man nu hoorde zeggen was wat hy had willen zeggen:"Nee nee, dat kun je nooit zeggen." Alledrie wisten zy dat tegensputteren nu niet meer zou helpen, maar toch, alleen al vanwege het eergevoel is het een slechte zaak om na één slag en stoot de stryd te staken. "Oh wel zeker kan ik dat zeggen, en met het gelyk aan myn zyde ook, ik weet immers wat hun geboortedatum is." Het luisteren was de man al vergaan, hy was overgegaan tot een verbaal freewheelen:"Kyk, dat kan je pas zeggen wanneer je een halve generatie verder bent, want nu ben je jong en dan weet je het niet."
Dit soort situaties wordt gekenmerkt door een markant gegeven, dat tevens de hopeloosheid ervan aantoont, op een zeker moment luistert niemand meer naar wat er gezegd wordt. In deze was dit zekere moment hier aangebroken. De jongelui lieten hun gedachten schommelen tussen hun bemerkingen by het leven en de mogelykheid dat het toeval een olifant op de man zou doen vallen. Er was zowaar even een ogenblik waarin één der drie een trek op zyn gezicht had die moedeloosheid deed vermoeden. Toch was het de eigenaar van dit gezicht die mocht ervaren dat, hoewel het toeval niet met olifanten strooit, zy betreffende het verstrekken van lucide ingevingen aan jongemannen toch rykelyk gul is. "Hoort u eens hier, mynheer. U spreekt nu wel over het leven en wat al niet meer, maar hoe ter wereld durft u uw kyk reëel te noemen. Veel meer dan een oude morsige kankeraar bent u niet, waar is uw onbevangenheid?" De toon waarop dit gesteld was, is zondermeer cru te noemen, wie daarentegen bedenkt dat het geen pas geeft om zaterdagsmiddags overpeinzingen over het leven, zeker wanneer zy gevoerd worden op terrassen, te onderbreken kan met deze handelswyze instemmen.
Daar het hem nu duidelyk was dat hy op een geenszins in zyn opvattingen geïnteresseerd gehoor gestuit was, besloot de man tot het blazen van de aftocht. Een aftocht die op gepaste wyze gevierd diende te worden, wat het trio deed besluiten om de diepere gedachtengangen op te schorten en zich een portie bitterballen aan te schaffen, die genuttigd werden onder een etymologische visie op de halve maan en tochtige stegen. Hierna ging eenieder hunner zyns weegs.